De oogzenuw (nervus opticus) – brengt de visuele indrukken over naar de hersenen

De oogzenuw is de zenuw die visuele indrukken van het netvlies naar de hersenen overbrengt. Het is een bundel zenuwvezels die vanuit het linker- en het rechteroog vertrekt om uiteindelijk het gezichtscentrum in de hersenen te bereiken. Iedere gezichtszenuw bevat ongeveer een miljoen zenuwvezels, die uitlopers (axon) zijn van de niet-lichtgevoelige cellen in het netvlies (ganglioncellen).

Oogzenuwen
Oogzenuwen

De oogzenuw heeft zijn wortels in de hersenen

De oogzenuw is een van de zogenaamde craniale zenuwen van het lichaam; dit zijn zenuwen die uit de hersenen of de hersenstam ontspringen. We hebben twaalf craniale zenuwen, die genummerd zijn volgens de plaats in de hersenen of de hersenstam waaruit ze ontspringen. De oogzenuw wordt als de tweede craniale zenuw beschouwd.

De weg van visuele indrukken

De lichtgevoelige cellen in het netvlies vangen het licht dat in het oog binnenvalt op en registreren het. Vervolgens veranderen ze het licht in zenuwimpulsen, die via de oogzenuw gestuurd worden naar het gezichtscentrum in de hersenen, dat in de achterhoofdskwab gelokaliseerd is. Pas daar worden de indrukken geïnterpreteerd en ontstaat het beeld dat u ziet. De informatie is echter al op veel manieren bewerkt als ze de visuele baan aflegt.

Om te beginnen zijn de indrukken van meer dan 130 miljoen lichtgevoelige cellen gecomprimeerd om plaats te krijgen in de ongeveer één miljoen zenuwvezels van de oogzenuw. De zenuwimpulsen gaan naar buiten via de blinde vlek (de papil) achter in het oog, waar de oogzenuw gevormd wordt. Bij het kruispunt van de oogzenuwen (het chiasma opticum) kruisen de zenuwen van het rechter en het linker oog elkaar. Hier vindt een uitwisseling plaats tussen ongeveer de helft van de zenuwvezels van iedere oogzenuw, zodat de visuele indrukken van beide ogen verzameld worden. Daarna gaat de informatie verder en wordt ze op verschillende plaatsen in de visuele baan bewerkt, alvorens uiteindelijk het gezichtscentrum te bereiken.

Geen oogzenuw – geen overdracht van gezichtsindrukken

De oogzenuw is dus zeer belangrijk voor het gezichtsvermogen; de afwezigheid hiervan zou betekenen dat er geen gezichtsindrukken naar de hersenen kunnen worden vervoerd en door de hersenen geïnterpreteerd. Als er schade ontstaat, kan deze niet zoals het hoort visuele indrukken overbrengen en wordt het gezichtsvermogen slechter. Een voorbeeld van een oogziekte die de oogzenuw kan beschadigen is glaucoom.