ATTENTIE: UPDATE CORONAVIRUS (COVID-19)

Na de ingeperkte zorgverlening in verband met het Coronavirus, kunt u nu weer voor alle refractie-behandelingen bij ons terecht. De wachttijden kunnen iets langer zijn dan u van ons gewend bent. In onze klinieken zijn maatregelen getroffen om u veilig te verwelkomen. We volgen de urgentie- en prioriteitsrichtlijnen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Lees hier het meest recente nieuwsbericht >

Het hoornvlies (cornea): het meest lichtbrekende onderdeel van het oog

Het hoornvlies, of de cornea in het Latijn, is het doorzichtige vlies dat voor het regenboogvlies en de pupil zit. Het heeft helemaal geen bloedvaten en krijgt zijn voeding van de traanfilm en het kamerwater van het oog. Het is ongeveer een halve millimeter dik en bestaat uit vijf lagen: het epitheel, het Bowmanse membraan, het stroma, het descemet-membraan en het endotheel.

Hoornvlies
Hoornvlies

De buitenste laag van het hoornvlies, het epitheel, beschermt het oog tegen vuil en uitwendige schade. In het epitheel worden voortdurend nieuwe cellen gevormd, waardoor deze laag constant vernieuwd wordt. Hierdoor heeft het een heel goed herstelvermogen en geneest uitwendige schade snel. Het epitheel bevat ook veel zenuwen en is zeer gevoelig voor aanraking. Als een vreemd lichaam het hoornvlies aanraakt, veroorzaakt het epitheel een reflex waardoor het ooglid gesloten wordt.

Lichtbreking in het oog

Behalve het beschermen van het oog helpt het hoornvlies ook om het licht te breken dat in het oog binnenkomt. Het is verantwoordelijk voor minimaal twee derde van de lichtbreking. De rest van het licht moet door de ooglens gebroken worden. De lichtstralen moeten op één en hetzelfde punt van het netvlies gebroken worden om u de gelegenheid te bieden scherp te zien. Indien ze daarentegen voor of achter het netvlies gebroken worden, heeft dit een onscherp gezichtsvermogen tot gevolg. Daarom is het hoornvlies erg belangrijk om goed te kunnen zien.

Een ongelijk gekromd hoornvlies geeft astigmatisme

Als het hoornvlies ongelijk gekromd is, resulteert dit in astigmatisme, aangezien het licht dan niet op de juiste manier gebroken wordt. Het zorgt er dan voor dat de lichtstralen verspreid worden en het netvlies over een groter gebied ontmoeten, waardoor zowel op korte als op lange afstand een wazig beeld kan ontstaan.